Inhoud van 2011/1 [jg. 53, nr. 1]

JOOST VAN DRIEL, Een streven naar kunst. Formele vernieuwingen in de Middelnederlandse literatuur omstreeks 1300

PASCAL CALU, Tot verheffinghe der vermaerste gheesten ende lief-hebbers der schildry. Literaire aspecten van Het Gulden Cabinet (1662) van Cornelis de Bie

AUKJE VAN ROODEN, Hebben we eigenlijk nog wel iets aan poëzie? Hölderlins erfenis gewogen door Lacoue-Labarthe en Badiou

In Margine

A.TH. BOUWMAN, Over synoptisch én diplomatisch uitgeven van proza

Boekbeoordelingen

Bram Caers, Velthem uit de schaduw
Over: Bart Besamusca, Remco Sleiderink & Geert Warnar (ed.), De boeken van Velthem

Wybren Scheepsma, Preken in perspectief
Over: Thom Mertens, Patricia Stoop & Christoph Burger (ed.), De Middelnederlandse preek

Lise Gosseye, Huygens of de vrouwen?
Over: Els Kloek, Frans Blom & Ad Leerintveld (ed.), Vrouwen rondom Huygens

Stijn Vanclooster, Mijmeringen van een Gezelle-telg
Over: Johan van Iseghem (ed.), Caesar Gezelle, Mijmeringen

Herbert van Uffelen, Het zwarte hart van Vlaanderen
Over: Lukas de Vos, Yves T'Sjoen & Ludo Stynen (ed.), Verbrande schrijvers. 'Culturele' collaboratie in Vlaanderen (1933-1953)

Pieter Verstraeten, De kruidenier in Walschap
Over: Frans Depeuter, Het verborgen leven van Gerard Walschap. Een alternatief onderzoek naar de vent achter de vorm bij Gerard Walschap

Lars Bernaerts, Engagement door autonomie. Willem Frederik Hermans in een actueel perspectief
Over: Frans Ruiter & Wilbert Smulders (ed.), Alleen blindgeborenen kunnen de schrijver verwijten dat hij liegt. Over het schrijverschap van Willem Frederik Hermans

Elke Brems, Een beeldbiografie van Charlotte Mutsaers: de maskerade van de vivisectie
Over: Daan Cartens (ed.), Charlotte Mutsaers. Paraat met pen en penseel

Vanessa Joosen, Bewerking in de geschiedenis van de jeugdliteratuur
Over: Sanne Parlevliet, Meesterwerken met ezelsoren. Bewerkingen van literaire klassiekers voor kinderen 1850-1950

Sandra van Voorst, Geen Vlaamse literatuur zonder de grande dame Angèle Manteau
Over: Kevin Absillis, Vechten tegen de bierkaai. Over het uitgevershuis van Angèle Manteau (1932-1970)

Margriet van der Waal, 'Over de grenzen heen van ruimte en talen': Nederlandse en Afrikaanse poëzie in gesprek
Over: Ronel Foster, Yves T'Sjoen & Thomas Vaessens (ed.), Over Grenzen / Oor Grense. Een vergelijkende studie van Nederlandse, Vlaamse en Afrikaanse poëzie

Liedeke Plate, Kritisch denken als project
Over: Jan Baetens, Joost de Bloois, Anneleen Masschelein & Ginette Verstraete, Culturele studies. Theorie in de praktijk

Matthieu Sergier, Vestingen laten daveren
Over: Peter van Zilfhout, De imaginaire ruimte. Over subjectiviteit en verbeelding bij Sartre, Deleuze en Beckett

Abstracts

J.M. van Driel, Een streven naar kunst. Formele vernieuwingen in de Middelnederlandse literatuur omstreeks 1300

Samenvatting – In tegenstelling tot de Oudfranse literatuur kent de dertiende-eeuwse Middelnederlandse literatuur nauwelijks experimenten op het gebied van de vormgeving. Proza en gepaard rijm zijn de belangrijkste literaire vormen. Toch zijn er in de decennia rond 1300 Middelnederlandse dichters die nieuwe literaire vormen beproeven. In verscheidene epische werken uit deze periode worden bijvoorbeeld afwijkende rijmschema's of complexe formele herhalingen gebruikt. Ook de opkomst van de strofische poëzie, zoals die van Jacob van Maerlant, getuigt van een verlangen naar nieuwe versvormen. Met name de poëzie van Lodewijk van Velthem vertoont een unieke rijkdom aan strofevormen. In dit artikel worden deze formele vernieuwingen chronologisch besproken en in een breder literairhistorisch kader geplaatst, beginnend bij de Middelnederlandse epiek van eind dertiende eeuw en eindigend met de veertiende-eeuwse Spiegel der Wijsheid van Jan Praet.

Abstract – Formal experiments are relatively scarce in thirteenth century Middle Dutch literature, in contrast to Old French literature of the same period. However, several poets active in the decades around 1300 show a remarkable love for new literary forms. For example, in epic works one can experience the use of different rhyming schemes and complex formal repetitions. Also the popularity of strophic poetry, written by Jacob van Maerlant and his literary followers, indicates a desire to experiment with versification. Especially the compositions by Lodewijk van Velthem show a unique richness of strophic forms. This article discusses these formal developments chronologically and places them in a broader literary context, starting with thirteenth century epic poetry and ending with the fourteenth century Spiegel der Wijsheid by Jan Praet, a work in which all kinds of verse forms are used.

Pascal Calu, Tot verheffinghe der vermaerste gheesten ende lief-hebbers der schildry. Literaire aspecten van Het Gulden Cabinet (1662) van Cornelis de Bie

Samenvatting – De verzameling kunstenaarsbiografieën Het Gulden Cabinet (1662) van Cornelis De Bie heeft in het wetenschappelijk onderzoek lange tijd niet de verdiende aandacht gekregen doordat het werd aanzien als een inferieure navolging van Van Manders Schilder-boeck (1604). Het Gulden Cabinet heeft echter een specifieke eigen positie in de traditie van kunstenaarsbiografieën: anders dan zijn voorgangers en navolgers was De Bie geen professionele schilder, maar hij schreef het werk als rederijker die het zijn taak vond Pictura te eren. De sfeer van hernieuwde vrede rond 1660 en de inspanningen van Antwerpse kunstenaars om een academie te stichten om zo het niveau van de schilderkunst te verhogen, hebben ertoe bijgedragen dat Het Gulden Cabinet in de eerste plaats een laudatief doel had, waardoor het literaire karakter veel sterker naar voren komt. Deze bijdrage besteedt aandacht aan het specifieke opzet van Het Gulden Cabinet en aan het literaire karakter ervan. Dit komt scherp tot uiting in De Bies gebruik van anekdoten.

Abstract – Scholars have somewhat neglected Het Gulden Cabinet (1662) – a collection of biographies of artists – by Cornelis de Bie for a long time because it was deemed to be a inferior imitation of Van Mander's Schilder-boeck (1604). Nevertheless, Het Gulden Cabinet occupies a specific position in the tradition of artists' biographies: unlike his predecessors and successors, De Bie was no professional painter. He wrote his work as a rhetorician who deemed it his duty to honour Pictura. The atmosphere of renewed peace around 1660 and the efforts of Antwerp artists to found an academy to improve the level of painting made for Het Gulden Cabinet to have first and foremost a laudatory goal which entails that its literary nature comes to the fore. This paper discusses the specific intent of Het Gulden Cabinet and its literary nature. This manifests itself very clearly in De Bie's use of anecdotes.

Aukje van Rooden, Hebben we eigenlijk nog wel iets aan poëzie? Hölderlins erfenis gewogen door Lacoue-Labarthe en Badiou

Samenvatting – Terwijl de poëzie ooit een belangrijke maatschappijvormende functie had, lijken veranderde tijden te vereisen dat haar vermogens nu anders ingezet worden. Dit is de gedeelde aanname van een onderlinge discussie tussen Alain Badiou en Philippe Lacoue-Labarthe. Beiden grijpen daarbij terug op Hölderlin en de rol die zijn werk in het denken over poëzie heeft gespeeld. Opvallend genoeg kennen zij aan Hölderlins poëzie echter een tegenovergestelde sleutelrol toe, waarbij Badiou zich met name baseert op de interpretaties van Martin Heidegger en Lacoue-Labarthe op die van Walter Benjamin. Waar Badiou in Hölderlins poëzie de reden ziet waarom het huidige denken het 'Tijdperk van de dichters' achter zich zou moeten laten, herkent Lacoue-Labarthe in Hölderlin juist de voorloper van een nieuwe visie op de maatschappelijke relevantie van poëzie.

Abstract – Although poetry once played an important role in shaping the community, the present day situation seems to call for another use of its powers. This, at least, is the shared assumption underlying an important discussion between Alain Badiou and Philippe Lacoue-Labarthe. In their dispute, both hark back to Hölderlin's work and its decisive role in today's thought on poetry. Strikingly though, their interpretations of Hölderlin's key role diverge widely, since Badiou bases himself on Martin Heidegger's interpretation of Hölderlin's poetry, whereas Lacoue-Labarthe joins that of Walter Benjamin. Badiou believes that the poetry of Hölderlin is one of the main reasons why contemporary thought has to free itself of the 'Age of the poets'; Lacoue-Labarthe, on the other hand, argues that Hölderlin's poetry provides important new insights in the social relevance of poetry.

A.Th. Bouwman, Over synoptisch én diplomatisch uitgeven van proza

Samenvatting – Wanneer in een synoptische editie de tekst van meerdere prozabronnen in een diplomatische transcriptie naast elkaar wordt afgedrukt, met oplossing en weergave in cursief van alle afkortingen maar zonder markering van de oorspronkelijke regelverdeling, gaat belangrijke informatie over de tekstconstitutie van de bronnen verloren. Deze kwestie wordt hier besproken aan de hand van de bronnenpublicatie De gedrukte Nederlandse Reynaerttraditie. Ed. H. Rijns (2007).

Abstract – When in a synoptic edition texts from several prose sources are printed side by side, with all the abbreviations solved and shown in italics but without any indication of the original lay-out, valuable information about the textual constitution of the sources is lost. This issue is discussed here using the publication De gedrukte Nederlande Reynaerttraditie, edited by H. Rijns (2007).