De redactie behoudt zich het recht voor bijdragen aan te
passen volgens deze richtlijnen.
Inleveren kopij
Kopij wordt als elektronisch tekstbestand per e-mail aan de
redactie voorgelegd
(lars.bernaerts@ugent.be). Door de redactie
aanvaarde kopij geldt als de definitieve tekst. Elke auteur
is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn/haar bijdrage.
Aanmaak kopij
Gebruik voor de aanmaak van de bestanden zo weinig mogelijk
stuurtekens, functietoetsen of speciale instellingen.
Gebruik in geen geval de afbreekfunctie. Er worden door de
auteurs geen kopregels aangebracht. Gebruik slechts één
lettertype en lettergrootte, namelijk Times New Roman 12.
Nieuwe alinea’s springen links in (gebruik tab, 1 cm) –
behalve als ze volgen op een witregel – en worden
voorafgegaan door een harde return.
Omvang kopij
12.000 woorden (inclusief noten en bibliografie) is de
bovengrens voor de omvang van artikelen. Een recensie
beslaat 750 à 1250 woorden. Bijdragen voor de rubriek ‘In
margine’ tellen maximaal 4000 woorden. Dergelijke bijdragen
nemen stelling in lopende academische debatten, melden de
vondst van een onbekend handschrift, c.q. archiefstuk of
reageren op recente publicaties, een belangwekkende
tentoonstelling enzovoort.
Spelling
Alle teksten zijn geschreven in de officiële spelling. De
redactie verwijst hiervoor naar de Woordenlijst
Nederlandse taal (2005) of de meest recente editie van
Van Dale’s Groot woordenboek der Nederlandse taal.
Stijl
De bijdragen zijn in een sobere en toegankelijke stijl
geschreven, waarbij wetenschappelijke inzichten op een
adequate wijze worden verwoord. Het gebruik van tussenkopjes
wordt aanbevolen. Tussenkopjes staan vet en worden niet
genummerd. Voor de kopjes worden twee witregels gelaten,
erna één. De inleiding heeft geen kopje.
Samenvattingen
Artikelen dienen voorzien te zijn van een korte samenvatting
in het Nederlands en het Engels (max. 150 woorden). Dit
geldt ook voor de bijdragen uit de rubriek ‘In margine’. In
de gedrukte tijdschriftaflevering wordt alleen de Engelse
samenvatting opgenomen. Op de website worden de Engelse en
de Nederlandse samenvattingen ter beschikking gesteld.
Cursiveringen en aanhalingstekens
Cursiveer woorden die benadrukt worden, of uit een vreemde
taal afkomstig zijn; cursiveer ook titels van boeken en
tijdschriften. Titels van artikelen, hoofdstukken van
boeken, alsmede van gedichten en verhalen in bundels worden
tussen enkele aanhalingstekens geplaatst.
Citaten
Citaten worden tussen enkele aanhalingstekens geplaatst.
Citaten binnen citaten worden met dubbele aanhalingstekens
aangegeven. Weglatingen of toevoegingen door de auteur
binnen de citaten worden aangegeven met vierkante haakjes:
‘[...]’. Punten en komma’s aan het einde van een citaat
worden buiten de aanhalingstekens geplaatst.
Langere citaten (meer dan drie regels) springen links in
(1,50 cm); ze worden niet met aanhalingstekens aangegeven.
Verzen worden als verzen weergegeven en worden op dezelfde
manier gepresenteerd als langere citaten. Minder dan drie
verzen worden niet met inspringingen aangegeven. De
verseinden worden in dat geval met een schuine streep
aangegeven.
Afkortingen
In de hoofdtekst worden zo weinig mogelijk afkortingen
gebruikt (zie verder ‘Noten’). De auteurs wordt verzocht
voor het citeren van de volgende woordenboeken of
naslagwerken gebruik te maken van de onderstaande
afkortingen:
WNT
– Woordenboek der Nederlandsche taal
MNW – Middelnederlandsch woordenboek
NNBW – P.C. Molhuysen & P.J. Blok, Nieuw
Nederlandsch biografisch woordenboek.
10 delen. Leiden, 1911-1937
BN ‑
Biographie nationale publiée par l’Académie Royale des
Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique.
44 delen. Brussel, 1866-1986
NBW – Nationaal biografisch woordenboek.
Brussel 1964-
Literatuurvermelding in de hoofdtekst
Waar mogelijk wordt in de hoofdtekst kort en tussen ronde
haakjes verwezen naar de literatuuropgave: bv. (Pleij 2000,
187-188); (Chamuleau e.a. 1991, 3-5). Naar anonieme werken
wordt verwezen met een verkorte titel, bv.: Nieuwe
Haagsche nachtegaal 1659. Handschriften worden aangeduid
door plaats, instelling en signatuur te vermelden,
gescheiden door een komma, bv. ‘Gent,
Universiteitsbibliotheek, 1374’.
Noten
Noten worden op de aangeleverde kopij doorlopend genummerd
en als voetnoten ingevoerd. In de tekst wordt naar de noten
verwezen door de nootcijfers in superscript na het
afsluitende zinsteken te plaatsen.
In de tekst van de voetnoten zijn de gangbare afkortingen
toegestaan. Afkortingen in een andere taal dan in het
Nederlands worden zoveel mogelijk vermeden (‘vgl.’ in
plaats van ‘cf.’ ; ‘onder’ in plaats van ‘infra’ ; ‘z.j.’ in
plaats van ‘s.d.’ ; ‘z.pl.’ in plaats van ‘s.l.’). Verder
gelden nog de volgende afkortingen: ‘fol.’ voor folio(’s),
‘r’ voor recto en ‘v’ voor verso, ‘v.’ voor vers of verzen.
In de noten wordt kort naar de literatuuropgave verwezen:
bv. Pleij 2000, 187-188; Chamuleau e.a. 1991, 3-5. Naar
anonieme werken wordt verwezen met een verkorte titel, bv.:
Nieuwe Haagsche nachtegaal 1659.
Verwijzingen naar pagina’s, verzen of regels worden voluit
aangegeven: 122-124 (dus niet: 122-24 of 122-4).
Literatuuropgave
Aan het eind van een artikel komt de lijst van geraadpleegde
werken onder de titel ‘Literatuur’. Alleen die literatuur
waarnaar in de tekst en/of in de noten wordt verwezen, wordt
hierin opgenomen. Titels van boeken en tijdschriften worden
voluit geschreven en gecursiveerd. Titels van artikelen
worden tussen enkele aanhalingstekens geplaatst. De naam
van de (commerciële) uitgever wordt in de regel niet
vermeld, behalve bij oude drukken vóór 1800 en in de
bibliografische beschrijving die aan een recensie
voorafgaat. Indien een werk in een reeks is verschenen,
wordt tussen haakjes de reekstitel en het reeksnummer
vermeld, gescheiden door een komma. Bij de weergave van
titels van tijdschriften en reeksen worden hoofdletters
gebruikt. Bij oude drukken wordt verwezen naar het
geraadpleegde exemplaar.
De volgende voorbeelden geven aan hoe de bibliografische
beschrijvingen dienen te worden gepresenteerd. Van de
voornaam van de auteur wordt alleen de initiaal vermeld.
Artikelen in boek of tijdschrift:
Pleij 2000
H. Pleij, ‘Anna Bijns als pamflettiste? Het refrein over de
beide Maartens’, in: Spiegel der Letteren, 42, 3-4,
2000, 187-225.
Elm 1993
K. Elm, ‘Antiklerikalismus im deutschen Mittelalter’, in:
P.A. Dykema & H.O. Oberman (red.), Anticlericalism in
Late Medieval and Early Modern Europe.
Leiden
enz., 1993, 3-18.
Boeken:
Chamuleau
e.a. 1991
R.B.F.M. Chamuleau & J.A. Dautzenberg, Nederlandse
letterkunde 2: 19e en 20e eeuw. Utrecht, 1991.
Lissens 2000
R.F. Lissens, Een lectuur van ‘Le Spectateur Belge’
(1815-1823) van Leo de Foere. Traditionalisme in actie.
Gent, 2000. (Studies op het Gebied van de Cultuur in de
Nederlanden, 2).
Nieuwe Haagsche nachtegaal 1659
De nieuwe Haagsche nachtegaal. Vol van de nieuwste deunen en
aartigste zangen.
Amsterdam, Jan van Duisberg, 1659. Ex. Den Haag, Koninklijke
Bibliotheek, 174 H 46.
Enenkel e.a. 2011
K. Enenkel & W. Melion (red.), Meditatio – Refashioning the
Self. Theory and Practice in Late Medieval and Early Modern
Intellectual Culture.
Leiden enz., 2011. (Intersections. Interdisciplinary Studies
in Early Modern Culture, 17).
Tekstedities:
Smits-Veldt 1994
M.B. Smits-Veldt (ed.), Joost van den Vondel,
Gysbreght van Aemstel. Met inleiding en aantekeningen door
Mieke B. Smits-Veldt. Amsterdam, 1994. (Alfa. Literaire
teksten uit de Nederlanden).
Keersmaekers
e.a. 1985
A. Keersmaekers & K. Bostoen (ed.), Apollo of ghesangh
der musen. Uitgegeven door A. Keersmaekers met een bijdrage
over de keuze van het exemplaar door K. Bostoen.
Deventer, 1985. (Fell, 4).
Merk op dat bij redacteuren, tussen haakjes, de afkorting ‘red.’
wordt gebruikt en bij editeuren de afkorting ‘ed.’.
URL’s
Vermeld (indien mogelijk): auteur, titel (volgens de
richtlijnen voor de literatuuropgave), datum van
raadpleging. Gebruik geen punt om de beschrijving af te
sluiten. Bijvoorbeeld:
Stronks 2007
E. Stronks, ‘Cupido leert de Nederlandse taal (1601), en
burgert verder in 1613: realisme in Nederlandse
(liefdes)emblemen’, in: Neerlandistiek.nl,
07.12, geraadpleegd 1 maart 2009 op
http://www.neerlandistiek.nl/07.12/
In bepaalde gevallen kan het - voor een
goed tekstbegrip - informatief zijn in de noten het
oorspronkelijke jaar van verschijnen te vermelden. Bij een
verwijzing naar de 26e dr. (2002) van Huizinga's
Herfsttij der Middeleeuwen (waarvan de 1e dr. in 1919
verscheen) luidt de verwijzing in de noot: Huizinga 2002 (1e
dr. 1919). In de bibliografie wordt (alleen) de uitgave uit
2002 beschreven.
Illustraties
In de tekst van de bijdrage wordt naar de illustraties
verwezen met: [afb. 1], [afb. 2] enzovoort. De
onderschriften bij het illustratiemateriaal worden op een
afzonderlijke bladzijde toegevoegd.
Gewone fotokopieën worden niet als illustratiemateriaal
aanvaard. Digitaal aangeleverde foto’s hebben een resolutie
van minimaal 300 dpi. De auteurs van de bijdragen zijn er
zelf verantwoordelijk voor dat het copyright voor de
reproductie van het illustratiemateriaal wordt
gerespecteerd.
Recensies
Recensies beginnen met een bibliografische beschrijving van
het besproken werk en eindigen met de naam van de
recensent.
De bibliografische beschrijving van het gerecenseerde boek
bevat de volgende onderdelen:
Voornaam (of initiaal) Familienaam, Titel. Ondertitel.
Uitg. of druk. Bibliografisch adres [d.w.z.: plaats van
uitgave: uitgever, jaar]. Collatie [d.w.z.: aantal delen,
aantal pagina’s, ill.]. (Reeks, reeksnummer). ISBN. Prijs.
Zie verder ook ‘Literatuuropgave’ en ‘Omvang kopij’.
Drukproeven
Er wordt één (digitale) proef aan de auteur voorgelegd. Deze
dient zo vlug mogelijk en (tenzij anders door de redactie
aangegeven) binnen een week na ontvangst aan de
redactiesecretaris
(r.a.m.honings@hum.leidenuniv.nl) te worden
geretourneerd. In de drukproeven kunnen alleen tik- en
opmaakfouten hersteld worden; andere (inhoudelijke)
wijzigingen kunnen de auteur in rekening worden gebracht.
Overdrukken
De auteurs van artikelen ontvangen drie bewijsexemplaren van
het tijdschrift en het PDF-bestand van hun bijdrage. De
auteurs van recensies ontvangen één bewijsexemplaar van het
tijdschrift en het PDF-bestand van hun bijdrage.