Richtlijnen voor auteurs

De redactie vraagt auteurs de onderstaande richtlijnen in acht te nemen en behoudt zich het recht voor bijdragen aan te passen volgens de richtlijnen.

Inleveren kopij

Kopij wordt als elektronisch tekstbestand per e-mail aan de redactie voorgelegd (m.p.j.sanders@rug.nl). Door de redactie aanvaarde kopij geldt als de definitieve tekst. Elke auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van zijn/haar bijdrage.

Publicatietaal

Spiegel der Letteren is een Nederlandstalig tijdschrift. Daarnaast kunnen artikelen in het Afrikaans, Duits, Engels of Frans over Nederlandse literatuur in aanmerking komen voor publicatie. Auteurs staan dan zelf in voor de kwaliteit van het Afrikaans, Duits, Engels of Frans en er kan hun gevraagd worden voor de tekstredactie een beroep te doen op externen.

Oorspronkelijke bijdragen

Spiegel der Letteren publiceert oorspronkelijke artikelen over Nederlandse literatuur en literatuurwetenschap. Wanneer de auteurs een artikel inzenden, wordt hun gevraagd te bevestigen dat hun bijdrage (of een substantieel deel ervan) nergens anders is of zal worden gepubliceerd (ook niet in een andere taal dan het Nederlands) voordat het in Spiegel der Letteren is verschenen.

Aanmaak kopij

Gebruik voor de aanmaak van de bestanden zo weinig mogelijk stuurtekens, functietoetsen of speciale instellingen. Gebruik in geen ge­val de afbreek­functie. Er worden door de auteurs geen kopregels aange­bracht. Gebruik slechts één lettertype en lettergrootte, namelijk Times New Roman 12.

Nieuwe alinea's springen links in (gebruik tab, 1 cm) – behalve als ze volgen op een witregel – en worden voorafgegaan door een harde return.

Omvang kopij

12.000 woorden (inclusief noten en bibliografie) is de bovengrens voor de omvang van artikelen. Een recensie beslaat 750 à 1250 woorden. Bijdragen voor de rubriek 'In margine' tellen maximaal 4000 woorden. Dergelijke bijdragen nemen stelling in lopende academische debatten, melden de vondst van een onbekend handschrift, c.q. archiefstuk of reageren op recente publicaties, een belangwekkende tentoonstelling enzovoort.

Spelling

Alle teksten zijn geschreven in de officiële spelling. De redactie verwijst hiervoor naar de Woordenlijst Nederlandse taal (2005) of de meest recente editie van Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal.

Stijl

De bijdragen zijn in een sobere en toegankelijke stijl geschreven, waarbij wetenschappelijke inzichten op een adequate wijze worden verwoord. Het gebruik van tussenkopjes wordt aanbevolen. Tussenkopjes staan vet en worden niet genummerd. Voor de kopjes worden twee witregels gelaten, erna één. De inleiding heeft geen kopje.

Samenvattingen

Artikelen dienen voorzien te zijn van een korte samenvatting in het Engels (max. 150 woorden). Dit geldt ook voor de bijdragen uit de rubriek 'In margine'.

Affiliatie en adres

De eerste voetnoot vermeldt de affiliatie en het adres van de auteur (fysiek adres en mailadres).

Cursiveringen en aanhalingstekens

Cursiveer woorden die benadrukt worden, of uit een vreemde taal afkomstig zijn; cursiveer ook titels van boeken en tijdschriften. Titels van artikelen, hoofdstukken van boeken, alsmede van gedichten en ver­halen in bundels worden tussen enkele aanhalingstekens geplaatst.

Citaten

Citaten worden tussen enkele aanhalingstekens geplaatst. Citaten binnen citaten worden met dubbele aanhalingstekens aangegeven. Weglatingen of toevoegingen door de auteur binnen de citaten worden aangegeven met vierkante haakjes: '[...]'. Punten en komma's aan het einde van een citaat worden buiten de aanhalingstekens geplaatst.

Langere citaten (meer dan drie regels) springen links in (1,50 cm); ze worden niet met aanhalingstekens aangegeven. Verzen worden als verzen weerge­geven en worden op dezelfde manier gepresenteerd als langere citaten. Minder dan drie verzen worden niet met inspringingen aangegeven. De verseinden worden in dat geval met een schuine streep aangegeven.

Afkortingen

In de hoofdtekst worden zo weinig mogelijk afkortingen gebruikt (zie ver­der 'Noten'). De auteurs wordt verzocht voor het citeren van de volgende woordenboeken of naslagwerken gebruik te maken van de onderstaande afkortingen:

WNT – Woordenboek der Nederlandsche taal
MNW – Middelnederlandsch woordenboek
NNBW – P.C. Molhuysen & P.J. Blok, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. 10 delen. Leiden, 1911-1937
BN ‑ Biographie nationale publiée par l'Académie Royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique. 44 delen. Brussel, 1866-1986
NBW – Nationaal biografisch woordenboek. Brussel 1964-

Literatuurvermelding in de hoofdtekst

Waar mogelijk wordt in de hoofdtekst kort en tussen ronde haakjes verwezen naar de literatuuropgave: bv. (Pleij 2000, 187-188); (Chamuleau e.a. 1991, 3-5). Naar anonieme werken wordt verwezen met een verkorte titel, bv.: Nieuwe Haagsche nachtegaal 1659. Handschriften worden aangeduid door plaats, instelling en signatuur te vermelden, gescheiden door een komma, bv. 'Gent, Universiteitsbibliotheek, 1374'.

Noten

Noten worden op de aangeleverde kopij doorlopend genummerd en als voetnoten ingevoerd. In de tekst wordt naar de noten verwezen door de nootcijfers in superscript na het afsluitende zinsteken te plaatsen.

In de tekst van de voetnoten zijn de gangbare afkortingen toegestaan. Afkortingen in een andere taal dan in het Nederlands wor­den zoveel moge­lijk vermeden ('vgl.' in plaats van 'cf.' ; 'onder' in plaats van 'infra' ; 'z.j.' in plaats van 's.d.' ; 'z.pl.' in plaats van 's.l.'). Verder gelden nog de volgende afkortingen: 'fol.' voor folio('s), 'r' voor recto en 'v' voor verso, 'v.' voor vers of verzen.

In de noten wordt kort naar de literatuuropgave verwezen: bv. Pleij 2000, 187-188; Chamuleau e.a. 1991, 3-5. Naar anonieme werken wordt verwezen met een verkorte titel, bv.: Nieuwe Haagsche nachtegaal 1659.

Verwijzingen naar pagina's, verzen of regels worden voluit aangegeven: 122-124 (dus niet: 122-24 of 122-4).

Literatuuropgave

Aan het eind van een artikel komt de lijst van geraadpleegde werken onder de titel 'Literatuur'. Alleen die literatuur waarnaar in de tekst en/of in de noten wordt verwezen, wordt hierin opgenomen. Titels van boeken en tijdschriften worden voluit geschreven en gecursi­veerd. Titels van artikelen worden tussen enkele aanha­lingstekens geplaatst.

De naam van de (commerciële) uitgever wordt in de regel niet vermeld, be­halve bij oude drukken vóór 1800 en in de bibliografische beschrijving die aan een recensie voorafgaat. Indien een werk in een reeks is verschenen, wordt tussen haakjes de reekstitel en het reeksnummer vermeld, gescheiden door een komma. Bij de weergave van titels van tijdschriften en reeksen worden hoofdletters gebruikt. Bij oude drukken wordt verwezen naar het geraadpleegde exemplaar.

De volgende voorbeelden geven aan hoe de bibliografische beschrijvingen dienen te worden gepresenteerd. Van de voornaam van de auteur wordt alleen de initiaal vermeld. De bronvermeldingen bestaan uit een label in kleine kapitalen en een volledige referentie. In de alfabetische ordening komt 'Van Alphen' vooraan (onder 'a') en 'De Zagere' helemaal achteraan (onder 'z').

Artikelen in boek of tijdschrift

PLEIJ 2000

H. Pleij, 'Anna Bijns als pamflettiste? Het re­frein over de beide Maartens', in: Spiegel der Letteren, 42, 3-4, 2000, 187-225.

ELM 1993

K. Elm, 'Antiklerikalismus im deutschen Mit­telalter', in: P.A. Dykema & H.O. Oberman (red.), Anticleri­calism in Late Medieval and Early Modern Europe. Leiden enz., 1993, 3-18.

Boeken

CHAMULEAU e.a. 1991
       R.B.F.M. Chamuleau & J.A. Daut­zen­berg, Nederlandse letterkunde 2: 19e en 20e eeuw. Utrecht, 1991.

LISSENS 2000

R.F. Lissens, Een lectuur van 'Le Spectateur Belge' (1815-1823) van Leo de Foere. Traditionalisme in actie. Gent, 2000. (Studies op het Gebied van de Cultuur in de Ne­derlanden, 2).

Nieuwe Haagsche nachtegaal 1659

De nieuwe Haagsche nachtegaal. Vol van de nieuwste deunen en aartigste zangen. Amsterdam, Jan van Duisberg, 1659. Ex. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 174 H 46.

ENENKEL e.a. 2011

K. Enenkel & W. Melion (red.), Meditatio – Refashioning the Self. Theory and Practice in Late Medieval and Early Modern Intellectual Culture. Leiden enz., 2011. (Intersections. Interdisciplinary Studies in Early Modern Culture, 17).

Tekstedities

SMITS-VELDT 1994

M.B. Smits-Veldt (ed.), Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel. Met inleiding en aantekeningen door M. B. Smits-Veldt. Amsterdam, 1994. (Alfa. Literaire teksten uit de Nederlanden).

KEERSMAEKERS e.a. 1985

A. Keersmaekers & K. Bostoen (ed.), Apollo of ghesangh der musen. Uitgegeven door A. Keersmae­kers met een bijdrage over de keuze van het exem­plaar door K. Bos­toen. Deventer, 1985. (Fell, 4).

Merk op dat bij redacteuren, tussen haakjes, de afkorting 'red.' wordt gebruikt en bij editeuren de afkorting 'ed.'.

URL's

Vermeld (indien mogelijk): auteur, titel (volgens de richtlijnen voor de literatuuropgave), datum van raadpleging. Gebruik geen punt om de beschrijving af te sluiten. Bijvoorbeeld:

STRONKS 2007

E. Stronks, 'Cupido leert de Nederlandse taal (1601), en burgert verder in 1613: realisme in Nederlandse (liefdes)emblemen', in: Neerlandistiek.nl, 07.12, geraadpleegd 1 maart 2009 op http://www.neerlandistiek.nl/07.12/

In bepaalde gevallen kan het - voor een goed tekstbegrip - informatief zijn in de noten het oorspronkelijke jaar van verschijnen te vermelden. Bij een verwijzing naar de 26e dr. (2002) van Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen (waarvan de 1e dr. in 1919 verscheen) luidt de verwijzing in de noot: Huizinga 2002 (1e dr. 1919). In de bibliografie wordt (alleen) de uitgave uit 2002 beschreven.

Illustraties

In de tekst van de bijdrage wordt naar de illustraties verwezen met: [afb. 1], [afb. 2] enzovoort. De onderschriften bij het illustratiemateriaal worden op een afzonderlijke bladzijde toegevoegd.

Gewone fotokopieën worden niet als illustratiemateriaal aanvaard. Digitaal aangeleverde foto's hebben een resolutie van minimaal 300 dpi. De auteurs van de bijdragen zijn er zelf verantwoordelijk voor dat het copyright voor de reproductie van het illustratiemateriaal wordt geres­pecteerd.

Recensies

De boekbeoordelingen geven de lezer een beeld van de inhoud en de kwaliteit van het besproken werk. Het spreekt voor zich dat de recensent zijn of haar kritiek onderbouwt en dat de recensierubriek geen plaats biedt voor persoonlijke uitvallen.

Recensies beginnen met een bibliografische beschrijving van het besproken werk en eindigen met de naam van de recensent.

De bibliografische beschrijving van het gerecenseerde boek bevat de volgende onderdelen:

Voornaam (of initiaal) Familienaam, Titel. Ondertitel. Uitg. of druk. Bibliografisch adres [d.w.z.: plaats van uitgave: uitgever, jaar]. Collatie [d.w.z.: aantal delen, aantal pagina's, ill.]. (Reeks, reeksnummer). ISBN. Prijs.

Zie verder ook 'Literatuuropgave' en 'Omvang kopij'.

Drukproeven

Er wordt één (digitale) proef aan de auteur voorgelegd. Deze dient zo vlug mogelijk en (tenzij anders door de redactie aangegeven) binnen een week na ontvangst aan de eindredacteur te worden geretourneerd. In de drukproeven kunnen alleen tik- en opmaakfouten hersteld worden; andere (inhoudelijke) wijzigingen kunnen de auteur in rekening worden gebracht.